Baladin

Baladin

‘Een revolutie eet zijn eigen kinderen’, wordt wel eens gezegd. Ik moest er aan denken toen ik afgelopen week de beurs Beer Attraction in Rimini bezocht. En niet zo zeer omdat de craftbeerrevolutie daar zoveel slachtoffers maakt, maar omdat zich bij de eerste wegbereiders van deze revolutie inmiddels een generatiewisseling begint af te tekenen. De grootheid van de Italiaanse bierrevolutie is Teo Musso, die in 1996 brouwerij Baladin startte. Ik ontmoette zijn zoon bij een stand van een bevriende brouwerij. “Hallo, ik ben Isaac”, stelde hij zich voor. “Heb je van het bier gehoord? Dat is naar mij genoemd.” Het was voor het eerst dat ik iemand geproefd had voordat ik hem ontmoette. Isaac is een heel zacht en een fruitig witbier met een aroma dat zowel aan perzik als aan sinaasappel doet denken. Een echt zomerbier. En hoewel de echte Isaac mij heel aardig leek, deed hij me niet aan een zalvend witbier denken. Misschien was dat ooit anders, toen hij nog luiers droeg. Het is mooi, zo’n bier dat door de trotse ouders naar hun kind genoemd is. Bij brouwerij De Beyerd is het Urtype pils Dirk ook zo’n voorbeeld. Een Nederlandse generatiewisseling zagen we bij de Hemel waar Thieu Hegger de roerstok van zijn vader overnam.

Voor veel bierliefhebbers is de gerstewijn van Baladin, Xyauyu, een hoogtepunt van de Italiaanse biercultuur. De bieren zijn enorm complex van smaak, mede doordat ze lange tijd in open tanks rijpen. Onlangs nam Teo Musso de term gerstewijn nog een stap verder, tot een niveau dat ik niet eerder proefde. De grondstof voor ‘Lune’ en ‘Terre’ is weliswaar graan, en na het brouwen rijpen ze op wijnfusten, witte wijn voor Lune en rode wijn voor Terre. De hele opvoeding van deze gerstewijn is geënt op de productie van wijn. Terre en Lune worden dan ook volledig zonder koolzuur afgevuld en op kamertemperatuur geserveerd. De drinkbeleving heeft mede daardoor veel meer weg van wijn dan van bier.

Teo is niet alleen creatief, maar ook een rasechte ondernemer. Zo werkt hij samen met Eataly, een innovatieve Italiaanse keten die ‘blurring’ (boodschappen doen en uit eten gaan in dezelfde winkel) tot het uiterste heeft doorgevoerd. Iedere Eataly is niet alleen een supermarkt, maar ook een hele verzameling kleine restaurantjes. Waar de schappen met pasta’s staan, vind je ook een pastarestaurant en bij de vleesafdeling is een bistro gebouwd. In grotere Eataly’s staat naast het bierschap een heuse microbrouwerij van Baladin.

In Bologna is deze eetbeleving nog een niveautje hoger getild. Fico Eataly world is niet alleen een supermarkt met restaurants, je kunt er de productie van eten van grond tot bord volgen. Buiten grazen de koeien en in de winkel staat zowel een kaasmakerij als een worstenfabriekje waar je vanachter glas kunt zien hoe deze producten gemaakt worden. Voor de winkel liggen akkertjes met graan en een kleine boomgaard. De winkel is zo groot dat je fietsen kunt huren om je te verplaatsen. Het idee om te laten zien waar eten vandaan komt is heel lovenswaardig. Maar bij Fico Eataly world is het te klinisch en te kaal. Er is doordeweeks bijna geen Italiaan te vinden en de meeste fabriekjes staan glimmend stil. Italianen gaan liever naar Mezzo Mercato in het centrum van de stad, waar overigens ook een Baladin bar te vinden is.

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.