Beestenboel

Beestenboel

[2018] Op Dierendag is het goed om eens te kijken hoeveel brouwerijen vernoemd zijn naar een of ander beest. Van de 617 actieve brouwerijen die de Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur vermeldt, dragen er 41 een naam van een of ander beest. Net iets meer dan de helft daarvan zijn zoogdieren, met een ruime vertegenwoordiging van katachtigen. Van oudsher is de leeuw een geliefd beest. Het staat ook wel stoer. Er waren Witte Leeuwen in Utrecht, Breda, Zwolle, Sluis en Westendorpe. Amsterdam had een brouwerij De Witte Leeuw met de Staf, die overigens in 1738 al de deuren sloot. Er is nog één Witte Leeuw over, een brouwerijhuurder die officieel gevestigd is in Wezep. Amsterdam had ooit ook nog een Roode en een Zwarte Leeuw en Venray een Gouden. De bekendste leeuw uit de jonge geschiedenis is brouwerij De Leeuw uit Valkenburg. Het bedrijf werd in 2000 overgenomen door de Belgische bierbrouwer Haacht, die de productie in 2006 van Nederland naar België verplaatste. Het merk verloor in de jaren daarna vrijwel alle publicitaire ondersteuning. Leeuw Bier is nog steeds op de markt, maar leidt een marginaal bestaan. Gouda kent Stadsbrouwerij De Goudsche Leeuw, die overigens ook zijn bier elders laat brouwen. Ook brouwerij de Twee Leeuwen uit Raamsdonksveer brouwt nog niet zelf, hoewel daar later dit jaar verandering gaat komen. Tot die tijd hebben we in ons land geen brouwende leeuw.

De gewone huiskat is tegenwoordig net zo populair. Helmond heeft brouwerij De Kat, terwijl het beestje in Delft zelfs verkoperd is. De Koperen Kat is heeft een gezellig proeflokaal in de voormalige kabelfabriek aan de Schie. Ook Amsterdam doet een duit in het zakje met Poesiat & Kater. Dat is een beetje vals spelen, want deze brouwerij is genoemd naar twee voormalige brouwmeesters van de voormalige brouwerij De Gekroonde Valk. Het vernoemen van een brouwerij naar een huisdier is niet nieuw, maar wel tamelijk uitzonderlijk. Opvallend is dat in het verleden de kat dit eerbetoon niet kreeg. Dat was eerder voorbehouden aan de hond. Maastricht had tot 1801 brouwerij De Blauwe Hond, terwijl in Breda voor twee korte jaartjes brouwerij De Tekkel gevestigd was. Een terecht eerbetoon voor dit hondenras. In vroeger tijden gebruikte Duitse brouwers hun ‘Dachshund’ als verklikker in de gistkelder. Koolzuurgas is zwaarder dan lucht en zakt dus naar de vloer. Als de hond met zijn korte pootjes wat duizelig werd, wist de brouwer dat hij als de wiedeweerga de gistkelder moest verlaten en de boel moest doorluchten. Het was eigenlijk niet anders dan de kanarie in een kooitje die mijnwerkers moest waarschuwen voor de aanwezigheid van mijngas.

Dat is overigens niet de reden dat de gloednieuwe Rotterdamse brouwerij De Gele Kanarie heet. Weinig mijnen daar. Een gele kanarie is een mooie pils op z’n Rotterdams. Het is de enige kanarie onder de brouwerijen. Brouwers houden van kleine vogeltjes, want er zijn er ook nog twee vernoemd naar een mees. De trappisten uit Zundert kozen de kievit. Van de grotere vogels scoren de gans en ooievaar met ieder twee brouwerijen. Opvallend is dat in het verleden de zwaan een populaire vogel was om je brouwerij naar te noemen. Kloosterzande, Horst, Amsterdam en nog negen andere plaatsen hadden een brouwerij De Zwaan. Geen enkele moderne brouwerij heeft het aangedurfd die traditie voort te zetten. Wat zegt dit? Helemaal niets.

Deze column is geschreven voor de Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur en verscheen eerder op hun site.

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.