Dag van de arbeid

Dag van de arbeid

Deze dag van de arbeid is een mooi moment om eens stil te staan bij wat het brouwen van bier voor de Nederlandse werkgelegenheid en de economie in het algemeen betekent. Brancheorganisatie Brewers of Europe publiceerde een paar jaar geleden een onderzoek waarin dat allemaal is uitgezocht. In Nederland creëren de brouwerijen zo’n 6.000 banen. Samen brouwen ze dik 24 miljoen hectoliter bier, omgerekend zo’n 400.000 liter bier per werknemer per jaar, oftewel ruim duizend liter bier per werknemer per dag. Wat één brouwerijmedewerker per dag produceert, is genoeg om ruim 15 gemiddelde Nederlanders een jaar van te laten drinken.

Van de ruim vijfhonderd bedrijven die zich brouwerij noemen zullen er niet meer dan twintig zijn (zo’n 5%) die overigens een jaarproductie van 400.000 liter halen. Van die vijfhonderd ‘brouwerijen’ brouwt ongeveer de helft zelf, de rest laat zijn bieren elders maken. Nog steeds haalt dan niet meer dan tien procent de gemiddelde dagproductie. En die brouwerijen zullen dat zeker niet bereiken met maar één medewerker. Kleine brouwerijen zijn minder efficiënt of anders gezegd, ze verschaffen meer werkgelegenheid dan grote.

Onderzoeksbureau Regioplan becijferde dat iedere baan die brouwers creëren, leidt tot anderhalve indirecte banen in transport, landbouw, bij leveranciers en dienstverleners. Maar de grootste klapper rond werkgelegenheid zit ‘m in de horeca. Voor iedere baan in een brouwerij, ontstaan er ruim acht in de horeca. Veelal banen waar mensen ervaring op doen op de arbeidsmarkt. Verder zitten er nog een paar baantjes bij de retail, maar die vallen eigenlijk in het niet. Regioplan berekent dat iedere baan in de brouwerij in totaal tien extra banen oplevert. Ruim zestigduizend mensen hebben hun werk aan bier te danken, of waarschijnlijk meer, want niet iedereen werkt voltijds.

Als die factor van tien ook geldt voor de kleine brouwerijen in Nederland, is het effect van die groep helemaal indrukwekkend, ondanks de kleine schaal waarop die brouwerijen opereren.

Brewers of Europe heeft ook nog gekeken wat brouwerijen opleveren voor de schatkist. In 2012, het laatste jaar waarvoor de cijfers op een rij gezet zijn is dat 2,2 miljard euro. Die belastingen bestaan niet alleen uit BTW en accijns, maar ook uit inkomsten en andere belastingen. Dat is omgerekend € 0,93 per liter geproduceerd bier, of ongeveer het dubbele per liter bier die in Nederland zelf verkocht is. Best indrukwekkend als je beseft dat de onderzoekers berekenen dat de gemiddelde winkelwaarde van een liter bier € 1,33 is.

Ook hier springen de kleine brouwerijen er goed uit. Grote brouwerijen als ABInBev worden nog wel eens in verband gebracht met het fiscaal optimaliseren van hun winsten. Kleine brouwerijen moeten toch meer moeite doen om gebruik te maken van de mogelijkheden zoals die in de Panamapapers beschreven zijn. Bovendien ligt de gemiddelde verkoopprijs een stuk hoger dan de € 1,33 per liter in de winkel, of € 10,45 in de horeca. Aan de andere kant. De topmannen van de kleine brouwerijen zullen ongetwijfeld een stuk minder verdienen – en dat scheelt de Staat weer een slok aan inkomstenbelasting.

Tags:
Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.