Een bezoek aan d’n Duvel

Een bezoek aan d’n Duvel

[2008]  In de bierwereld is Duvel een instituut. Er zijn maar weinig biermerken die in een eentje een hele bierstijl vertegenwoordigen. Duvel is vaak geïmiteerd, maar nooit geëvenaard. Het is niet verwonderlijk dat de brouwers apetrots zijn op hun bier. Die trots is bijna tastbaar wanneer je op bezoek bent bij de brouwerij van Duvel Moortgat in Breendonk, tussen Brussel en Antwerpen. Duvel is het soort bier waar legendes van gemaakt worden. Zo gaat de sage dat niemand meer dan 7 Duvels achter elkaar kan drinken. Het blonde bier lijkt verleidelijk toegankelijk, maar met 8,5% alcohol heeft het een verraderlijke punch. Drink het als een cognac, zeggen de brouwers tijdens het bezoek. Als je er een uur over doet, is het te langzaam. Maar je moet er ook niet zes per uur naar binnen ‘kappen’. Zeker is dat je van teveel Duvel ‘zwarte handen’ krijgt. Je moet dan op handen en voeten naar huis kruipen.

De kastelein van het ontvangstcentrum, het Duvel depot, laat de bus toegestroomde leden van de plattelandsbond uit West Vlaanderen het schenkritueel zien. In de ene hand houdt hij het bolbuikige flesje, in de andere hand een fors, bolvormig glas. Bij het inschenken houdt hij beide schuin. De fles mag de rand niet raken, want je weet nooit welke hond zijn pootje heeft opgelicht tegen een bak Duvel. Langzaam vloeit het bier in het glas. Tegen het einde wordt het glas rechtop gehouden waardoor de stevige en hoge schuimkraag ontstaat. Die schuimkraag beschermt het bier tegen warm worden, maar ook tegen de schadelijke effecten van zuurstof. De bodem bier met gist blijft achter in de fles. Het is niet de bedoeling dat je dat mee schenkt.

De brouwerij is alleen op afspraak te bezichtigen, maar ik mag aanschuiven bij de bus van de plattelandsbond. Hilariteit alom als de gids verneemt dat er ‘nen Ollander’ in de groep zit. De gebruikelijke grappen over Hollandse zuinigheid blijven achterwege. De gids heeft zelf gezien hoe in Groningen vier euro voor een Duvel betaald wordt. En als ‘nen Ollander vier euro voor een Duvel betaalt, kun je hem niet zuinig noemen.

De gids loopt met zevenmijlslaarzen door de brouwerij.  In de gistkelder mogen we proeven van de jonge Duvel, nog vol met gist. De gids spoelt het monsterkraantje eerst met water. “Heineken” noemt hij dat. Pas dan vloeit er jonge Duvel in het glas. Het is troebel, droog en hopbitter. De gids legt uit dat de gist goed is tegen obstipatie. Als je teveel jonge Duvel drinkt krijg je ‘diamie’. ‘Dat is één toon hoger dan diarree’.

Het drinken van de gist helpt mee aan de “vooruitgang van de achteruitgang” zal de kastelein van het Duveldepot later verklaren. De gist die overblijft verkopen de brouwers aan Kruidvat, dat er gistpillen van maakt. Vitamine B12 is goed voor een glanzende huid. De gids munt uit in plastische beschrijvingen. De restanten van het graan die overblijven na het brouwen worden afgezet als veevoer, maar dit draf heeft een krachtige werking volgens onze gids. Zo is geen zeug veilig als een beer net draf gegeten heeft. En wanneer je onder de lekkende drafsilo gaat staan, ‘heb je geen viagra nodig’. De leden van de plattelandsbond knikken.

Tags:
,
Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.