Hoog het bier …

Hoog het bier …

Als er iemand aanspraak mag maken op de titel ‘Bierman’ in de jaren voor de grote bierrevolutie, dan is het wel Dick Wildeman. De oud brouwerijdirecteur ademde in alles bier en horeca. Gister overleed hij, op tachtigjarige leeftijd en desondanks tamelijk onverwacht.

Dick was dorstig en hartelijk, een mooie combinatie. Net voor de eeuwwisseling ging ik als bescheten jongeman aan het werk bij het Centraal Brouwerij Kantoor. Ik kende Dick al vanuit mijn jeugd, als vriend van mijn vader. In de eerste week liep ik rond op de receptie van de Nationale Biertapwedstrijden, waarvan Dick vooraanstaand jurylid was. Beleefd sloeg ik een pilsje af, omdat er nog een lange avond voor me lag. Nog geen twee seconden later voelde ik een warme klap op mijn schouder. “Een bierman slaat nooit een glas bier af”, baste Dick en met een grote grijns drukte hij mij het glas bier in handen. “Maar hoe blijf ik dan helder”, stamelde ik wat bedremmeld. Dick leerde mij de truc van het receptiedrinken. Je neemt het glas, maakt misschien de lippen nat, en parkeert het volle glas vervolgens ergens achter de coulissen, zodra zich een nieuw glas bier met een verse schuimkraag aandient. Zo sta je altijd met een dorstopwekkend glas bier in handen, maar alleen als je zelf wilt, neem je een slok. Misschien je reinste alcoholmisbruik, al die volle glazen achter de plantenbak, maar wel een vaardige manier om letterlijk op de been te blijven.

Als jurylid van de Nationale Biertapwedstrijden bekeek Dick jarenlang de getapte pilsen en het ingeschonken bock- en witbier met een kennersoog. Die drie bieren, dat was destijds ongeveer de hele bierkaart van het gemiddelde café. Maar mooier nog was de hartelijke manier waarop hij zenuwachtige deelnemers op hun gemak stelde en troostte als met trillende handen een glas omgestoten was. Later mocht ik onder zijn leiding deel uit maken van de (geheime) jury van de Misset Horeca Café top 100. Horecaman Dick Wildeman had in z’n eentje ongeveer de jury kunnen zijn. Hij kende ieder café en voelde zich overal thuis. Dat was ook exact de reden dat hij niet op zich zelf de jury kòn zijn. Iedere zichzelf respecterende horecaondernemer (her)kende Dick en een representatieve beoordeling was daarna niet meer mogelijk. Voor hem was de horeca de huiskamer van de samenleving, en in die ware huiskamer voelde hij zich meer dan thuis.

Net zo thuis voelde hij zich bij Misset Horeca. Zijn rubriek ‘Rondje Bier’, samen met Sander van Werkhoven, gaf een prachtig beeld van een ontluikende bierrevolutie. Horecaondernemers, brouwers en bierliefhebbers bespraken in een warm café een oogst aan meer of minder nieuwe bieren en de ontwikkeling in de caféwereld. De stortvloed aan biernieuwigheden moest toen nog komen. In zijn wekelijkse column zette Dick wekelijks een bier- of horecaheld in het zonnetje. Of hij gaf zijn eigen mening over ontwikkelingen. Met een trefzekere pen wist hij met de kleine observaties een prachtig beeld te schilderen. Het was voor velen de eerste bladzij om open te slaan in ‘De’ Misset. Wie zou Dick deze keer weer in het zonnetje zetten? En als het even kon sloot hij af met één van zijn favoriete uitdrukkingen: “Hoog het lied, hoog het hart, hoog het bier!”

Geen reactie's

Geef een reactie