World Beer Cup 2018

World Beer Cup 2018

Afgelopen week mocht ik jureren tijdens de World Beer Cup in Nashville, Tennessee. Op typisch Amerikaanse wijze wordt deze wedstrijd aangeduid als de beste beercompetitie ter wereld, de Olympische Spelen van het bier. In dit geval zitten ze niet ver naast de waarheid. Dik achtduizend bieren uit de hele wereld waren ingeschreven, een kleine driehonderd juryleden mochten de selectie maken. Driekwart van de juryleden kwam van buiten de Verenigde Staten. Het bepalen van de winnaars duurt drie volle dagen. Ik was buitengewoon trots dat ik één van de vier en een halve Nederlandse juryleden mocht zijn. (De Nederlandse Canadees Derek Walsh tel ik voor het gemak voor de helft bij Nederland). Het is geweldig om te doen, maar verrassend lastig en vermoeiend om tijdens alle sessies geconcentreerd te blijven proeven en alle bieren even veel aandacht te geven.

Er wordt geproefd in honderd en één verschillende categorieën, die soms weer zijn onderverdeeld in subcategorieën. Ieder jurylid krijgt een boekje met style guidelinesdie houvast bieden tijdens het jureren. Natuurlijk, het blijft immers de VS, waren de meeste inschrijvingen voor de American-Style India Pale Ale (IPA) categorie: meer dan driehonderd. En dan te bedenken dat er nog aparte categorieën zijn als Imperial Inda Pale Ale, British-Style India Pale ale en Session India Pale Ale. Bij de prijsuitreiking steeg een luid gejuich en gelach op toen bleek dat een bier met de naam “Trump Hands” in die categorie gewonnen had. “The smallest beer I ever made”, vertelde de brouwer me later. Opvallend was dat heel veel kleine en onbekende Amerikaanse brouwers in de prijzen zijn gevallen. Soms brouwerijen die nog geen jaar actief zijn. Aan de ene kant toont dat de levendigheid van de biercultuur aan. Aan de andere kant roept het de vraag op of zo’n overwinning geen gelukstreffer is. Kan men zo’n prestatie herhalen. Wie dat zeker kan is de Belgische brouwer Frank Boon, die voor de zesde keer op rij goud won met z’n geuze. Ik heb het niet vaak bij hem gezien, maar dit keer glom deze bescheiden brouwer van trots tijdens het ovationeel applaus dat hem ten deel viel.

Ook opvallend was het grote aantal prijzen die de brouwerijen, die onderdeel zijn van biergigant AB-InBev, in de wacht sleepten. AB-InBev wordt door de Brewers Association, die de World Beer Cup organiseert, gezien als het grote kwaad dat alleen op de centen let en bierkwaliteit daaraan opoffert. Maar de brouwers in het concern weten wel degelijk ook hele goede bieren te produceren. Camden en Hoegaarden vielen verschillende keren in de prijzen en Hertog Jan won zelfs een gouden medaille met Grand Prestige Het is het zoveelste bewijs van het vakmanschap van de brouwers in Arcen onder de bezielende leiding van Gerard van den Broek. Andere Nederlandse prijswinnaars zijn de familiebrouwerij Lindeboom, die zilver haalde met Gouverneur Blond en Oedipus waarvan Mannenliefde, terecht, eveneens zilver scoorde in de categorie Saison. Daarmee haalde Nederland één procent van het aantal medailles binnen. Is een resultaat om trots op te zijn? Aan de ene kant wel, want het is niet eenvoudig om op de World Beer Cup een medaille te winnen. Aan de andere kant, er zijn in Nederland nog veel meer brouwers die bieren maken van wereldklasse. Over twee jaar is er weer een kans om onze prestatie te verbeteren.

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.