Zonder

Zonder

[2017] In een ver en grijs geleden schreef ik een scriptie over alcoholarm bier. Het was begin jaren negentig en deze biersoort was net aan een opmars begonnen. Aan de scriptie heb ik nog een Buckler badlaken overgehouden. De handdoek is nog zo goed als nieuw. Na de sketch van Youp van ’t Hek durfde ik hem niet meer te gebruiken. Het is niet zo aantrekkelijk om als ‘Bucklerlul’ op het strand te liggen.

Nu, meer dan een kwart eeuw later is alcoholvrij aan een nieuwe opmars bezig. Deze keer lijken brouwers, nog meer dan toen, ervan overtuigd dat alcoholvrij de sleutel tot succes gaat zijn. Dat geldt vooral voor de grote brouwers die zich de technologie kunnen veroorloven om alchoholvrij bier te maken. ABInBev stelt zich ten doel dat in 2025 twintig procent van het verkochte biervolume alcoholvrij of laag alcoholisch moet zijn. HEINEKEN lanceerde in het afgelopen jaar voor het eerst een alcoholvrij bier onder het eigen merk.

Voor het hernieuwde vertrouwen van de brouwers zijn vier redenen aan te voeren. De eerste is intrinsiek aan het product. De technische ontwikkelingen hebben in de afgelopen vijfentwintig jaar niet stil gestaan. Het is nu mogelijk een redelijk tot goed smakend bier zonder alcohol te brouwen. Voor Heineken 0.0 maakt de brouwer zelfs twee verschillende brouwsels, waar het de gevormde alcohol weer uit verwijdert. Met het verwijderen van de alcohol verdwijnen echter ook gewenste aroma’s. Die worden teruggewonnen en aan het mengsel van de twee brouwsels toegevoegd. Complex, maar het resultaat mag er zijn. De tweede reden is de toegenomen aandacht voor gezondheid. De obsessie met een gezonde levensstijl zet de bierconsumptie onder druk. Op een bier zonder alcohol kan niemand iets aan te merken hebben. Ten derde is er een steeds groter deel van de wereldbevolking dat om religieuze redenen niet drinkt. Deze markt kan met alcoholvrij wel aangeboord worden. Tenslotte betaalt de brouwer over alcoholvrij bier geen accijns. In sommige landen scheelt dat een slok op een borrel.

Het is boeiend om te zien hoe de naamgeving van deze bieren in de afgelopen tijd is geëvalueerd. Van ‘alcoholarm’ via ‘malt’ en ‘alcoholvrij’ naar ‘0.0’. Nu de alcoholvrije bieren hun mout- en deegachtige smaak kwijtgeraakt zijn, past de term ‘malt’ niet zo goed. Bovendien is het verwarrend met maltwhisky’s. Alcoholarm of –vrij laat de suggestie bestaan dat alcohol per definitie slecht is, zoiets als vrij van conserveringsmiddelen. Dus lijken de meeste brouwers te kiezen voor de merkextensie 0.0. Toch zijn er ook tegenstanders van die nietsige term. Het zou afbreuk doen aan het hoofdmerk. Bovendien is het verwarrend om dezelfde naam voor alcoholhoudende en alcoholvrije producten te gebruiken. In hun visie is het beter om een totaal nieuw merk te ontwikkelen. Toch gaat het niet die kant op. Stender is vervangen door Grolsch 0.0 en ook Buckler is van de schappen verdwenen. Brouwerijen kiezen massaal voor het nietsige 0.0. Het helpt zich te onderscheiden van het Duitse ‘alkoholfrei’ dat daar nog altijd 0,5% alcohol mag bevatten. Dat ietsje pietsje alcohol heeft een grote invloed op de smaak. Maar ook hier moet toch iets beters kunnen dan 0.0? Die term doet me denken dat ik iets mis als ik 0.0 drink en dat ik iets slechts doe als ik het origineel drink. En dat kan niet de bedoeling zijn.

Deze blog is geschreven voor de Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur en verscheen eerder op www.nederlandsebiercultuur.nl

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.