De nieuwe Drank- en Horecawet

De nieuwe Drank- en Horecawet

[2011]  Donderdag 30 juni stemde de Tweede Kamer in met de wijziging van de Drank- en Horecawet. Als ook de Eerste Kamer het wetsvoorstel aanneemt zal Nederland waarschijnlijk op 1 januari 2012 een nieuwe Drank- en Horecawet hebben.

Wat kunnen we leren uit de totstandkoming van deze wet en zal de wet gaan beantwoorden aan het doel dat ze zelf omschrijft: “Terugdringing van het alcoholgebruik onder met name jongeren, de voorkoming van alcoholgerelateerde verstoring van de openbare orde, alsmede ter reductie van de administratieve lasten”?

Belangrijkste wijzigingen

De gemeenten gaan voortaan toezicht houden op de naleving van de Drank- en Horecawet. Nu is de Voedsel- en Warenautoriteit hiervoor verantwoordelijk. Burgemeesters kunnen (oorspronkelijk: moeten) maatregelen nemen als supermarkten 3 keer binnen 1 jaar alcohol hebben verkocht aan jongeren onder de 16 jaar.

Bovendien wordt het bezit van alcohol “op publieke plaatsen – zoals stations, winkelcentra, warenhuizen en cafés – en op straat” door jongeren onder de 16 strafbaar.

Ook het vergunningstelsel wordt vereenvoudigd. Als ondernemers een nieuwe leidinggevende hebben, hoeven zij voortaan geen nieuwe Drank- en Horecawetvergunning meer aan te vragen.

Conclusie

De wet van 2012 is met veel horten en stoten tot stand gekomen. Na een vernietigend oordeel van de Raad van State over een eerste concept, presenteerde de Regering in 2007 een geheel vernieuwd concept. Inhoudelijk zijn de wijzigingen van 2012 “mager” te noemen. Ik denk dat deze wet veel te snel na totstandkoming van de vorige wijziging (1 november 2000) is opgezet en dat hij weinig zal bijdragen aan het gestelde doel. Het ritme van wijzigingen sinds 1882 bedraagt gemiddeld eens in de 29,5 jaar (zie het artikel: “De geschiedenis van de Drank- en Horecawet).

De wet van 2012 zal weinig bijdragen aan het gestelde doel.

1.Terugdringing van het alcoholgebruik onder met name jongeren.

De consumptie van alcohol door jongeren daalt al sinds 2006. In dat jaar nam het bedrijfsleven zijn verantwoordelijkheid en raadde zelf de consumptie van alcohol onder de 16 af. O.a. via slogans bij hun TV-commercials. In de wet van 2012 zijn geen regels opgenomen voor hokken en keten. Juist daar is men zich van zijn verantwoordelijkheid onvoldoende bewust en juist daar zouden maatregelen op zijn plaats geweest zijn.

2.De voorkoming van alcoholgerelateerde verstoring van de openbare orde.

Dit doel werd in het tweede concept van 2007 ineens toegevoegd aan het rijtje doelen, maar in de wetstekst zijn geen aanknopingspunten te vinden die bijdragen aan dit doel. Het lijkt er aan de haren te zijn bijgesleept.

3.Reductie van de administratieve lasten.

Voortaan verleent de burgemeester in plaats van het college van B&W de vergunning en er is geen nieuwe vergunning nodig als er een nieuwe leidinggevende in dienst treedt. Spectaculair is deze reductie niet te noemen en het bedrijfsleven bleek er in een openbare hoorzitting verre van onder de indruk.

Kortom: te vroeg en te weinig. Ik pleit om te beginnen voor enige jaren rust aan het front (denk aan het “ritme”) en vervolgens kan men gaan denken aan een geheel nieuwe wet die het bedrijfsleven veel meer verantwoordelijkheid geeft, maar die overtreding van (een aanzienlijk kleinere hoeveelheid) regels, streng straft. Het bedrijfsleven heeft bewezen die verantwoordelijkheid aan te kunnen.

Gezien de stroeve voorgeschiedenis bij elke wijziging van deze wet bepleit ik bij een nieuw concept een nauwe samenwerking tussen alle betrokkenen, dus overheid én bedrijfsleven.

Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel door Jack Verhoek

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.