Engelszell

Engelszell

[2022] Het verhaal van het trappistenbier van Stift Engelszell in Oostenrijk begint met een imker die op een  terrein achter het klooster bijen houdt. Het is een prachtige streek met bossen en grasland langs de Donau. Overal groeien wilde bloemen. De honing levert de imker aan brouwerij Hofstetten, een kilometer of veertig verderop, die er een prachtige honingbock van maakt. De brouwers zijn echte bierliefhebbers die een experiment niet schuwen. Op een dag vertellen ze aan de imker over de prachtige reis die ze in Nederland en België hebben gemaakt langs verschillende trappistenbrouwerijen. In geuren en kleuren vertellen ze over de bijzondere bieren die ze geproefd hebben. “Wist je dat we hier vlakbij ook een trappistenklooster hebben”, vraagt de imker. De brouwers zijn stomverbaasd.

Stift Engelszell is een oud klooster dat al in 1293 gesticht is door de bisschop van Passau. Het heeft een roerige geschiedenis achter de rug. In 1786 wordt het klooster door Keizer Jozef II opgeheven. Pas in 1925 keren er monniken terug. Het zijn Duitssprekende monniken die na de Eerste Wereldoorlog uit het klooster Oelenberg in de Elzas moeten vertrekken.

De kerk en de gebouwen liggen er schilderachtig bij, aan de oever van de Donau. Het zachtgeel en wit van de muren en het oranjerood van de daken steekt prachtig af tegen de donkergroene bossen op de heuvels die de rivier omzomen. In tegenstelling tot de ingetogen kerken van de meeste trappistenkloosters is die van Engelszell overdonderend rococo: kleurig en weelderig. Dit klooster is duidelijk niet door trappisten gesticht. Overal zie je tierelantijntjes, beelden, relekwieën en schilderingen. De schildering op het plafond van het hoofdschip is bijzonder. In kleurstelling past het helemaal bij de rest van de kerk. Maar de stijl is niet rococo maar eerder kubistisch. Het is dan ook een nieuwe schildering, in 1957 gemaakt nadat het plafond door gebrek aan onderhoud ingestort was. In plaats van het bestaande te restaureren, wat lastig was zonder foto’s of tekeningen, besloot men om een eigentijdse invulling aan het plafond te geven. En het bijzondere is, dat past wonderwel.

Het onderhoud van het klooster is duur en de broeders zijn op zoek naar een extra inkomstenbron naast de likeurstokerij waar Engelszell om bekend staat. Het bezoek van de enthousiaste brouwers brengt het een en ander teweeg. Net zoals de brouwers niets wisten van de trappistenabdij, weten de broeders eigenlijk niets van de traditie van trappistenbier. Wanneer de brouwers via hun contacten in Amerika een behoorlijke afzet kunnen garanderen, valt het besluit om een brouwerij te bouwen. De eerste bieren, Gregorius en Benno, worden ontwikkeld met de Amerikaanse markt in gedachten: donkere en zware trappistenbieren, zoals je die klassiek verwacht. Natuurlijk wordt in de receptuur honing gebruikt, want zo is het hele avontuur begonnen.

Het bier uit Engelszell is een succes in de VS, maar toch wringt er iets. De directe omgeving van de abdij kent het bier niet. En als ze het al kennen, drinken ze het niet. Het bier is veel te zwaar voor de Oostenrijkse smaak. Vandaar dat na paar jaar enkele bieren volgen die passen bij de streek: een zwickl, een weiße en een blonde Nivardus. Vanwege het tienjarig bestaan is het gamma dit jaar uitgebreid met een prachtig blond Festbier van ..%, een bovengistende interpretatie van het Oktoberfestbier.

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.