[2026] Afgelopen week kwam de Gezondheidsraad met haar nieuwe alcoholadvies. Eerlijk gezegd ben ik me rot geschrokken van wat ik las. Het nieuwe advies is om helemaal geen alcohol te drinken. Niks, noppes. Geen druppel is veilig. Sterker nog, de Gezondheidsraad gaat op de stoel van de beleidsmaker zitten en roept tot ‘denormalisatie’ van alcoholhoudende dranken. Natuurlijk is het rapport wetenschappelijk stevig onderbouwd. De hele batterij professoren die er aan hebben meegeschreven, staan daar garant voor.
Er is dan ook een overweldigende hoeveelheid bewijs. De overheid en aan haar gelieerde organisaties financieren onderzoek naar de schadelijke effecten van alcoholconsumptie. Logisch lijkt me, want schade aan de volksgezondheid moet je beperken. De overheid heeft van nature een sterke hang naar het beperken van risico’s. Onderzoek naar eventuele positieve effecten financiert ze niet. Ook logisch, want waarom zou je schaars publiek geld spenderen aan iets wat toch al goed gaat. Er blijft één financier over voor dat soort onderzoek: de alcoholbranche zelf. Maar zodra die een onderzoek financieren, schreeuwen zij die alcoholconsumptie willen verbieden direct moord en brand: zulk onderzoek is per definitie onbetrouwbaar. Het kan niet anders zijn dan dat de resultaten zijn voorgekookt door de geldschieter. Vanwaar dat wantrouwen? Is het een gevalletje ‘zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten’? Gevolg van deze houding is dat financiers af zien van dit onderzoeksveld omdat de uitkomsten bij voorbaat en met voorbedachten rade in diskrediet gebracht worden. De boodschapper wordt gesmoord voordat hij een boodschap kan overbrengen. Zo kan de Gezondheidsraad in haar rapport stellen dat er voor de positieve effecten van alcohol geen overtuigend wetenschappelijk bewijs te vinden is.
Het is jammer dat het zo werkt. Andersom is het overigens geen haar beter, want ook de branche heeft er een handje van om onderzoek dat schadelijke effecten aantoont in twijfel te trekken. Dat haalt dan direct de kranten als verwerpelijke lobby, zoals de berichtgeving in Trouw en de Volkskrant onlangs aantoont. Het lijkt me niet toevallig dat deze artikelen precies op het moment verschijnen dat de Gezondheidsraad haar rapport publiceert. Kritische geluiden moeten de kop ingedrukt worden, nog voor ze geuit zijn. Het is droevig dat het zo werkt. Dat er geen ruimte lijkt te bestaan om beide kanten van de medaille goed wetenschappelijk te onderzoeken, waarna er een zuiver wetenschappelijk debat kan plaatsvinden.
Ook ik ben gekleurd, want bierliefhebber. Sterker nog, ik verdien mijn geld in de alcoholsector. Ik betreur het dat een drank die al tienduizend jaar de onze is, nu ineens gedenormaliseerd moet worden. Een drank die ver voor onze westerse normen en waarden al cultuurgoed was. Alcoholhoudende dranken, en dus bier, hebben een Januskop: goed en slecht. Het zijn twee kanten van dezelfde munt. De Gezondheidsraad kijkt naar één kant van die Januskop, het boze gezicht. Het is niet anders dan in de Victoriaanse tijden, die uiteindelijk in veel landen bijna tot een drooglegging geleid hebben. Dat duurde totdat men erachter kwam dat alcohol niet alleen bron van problemen is maar ook goede kanten heeft. Alcoholhoudende dranken zijn als een vergrootglas. Ze versterken zowel goede als slechte eigenschappen van mensen. Het vergt evenwichtskunst om daar verantwoord mee om te gaan, zowel als voor een individu als voor een samenleving als geheel. Ondanks alle goede bedoelingen dreigen nu ons evenwicht te verliezen.
