14 mrt Covidlustrum
[2025] Het is vijf jaar geleden dat de ellende van de coronapandemie op ons neerdaalde. Voor de biersector in Nederland is het geen makkelijke tijd. Cafés blijven lange tijd gesloten, restaurants zijn plotseling niet meer dan veredelde take-aways en na acht uur ’s avonds is er geen bier te krijgen. Gelukkig mag er overdag wel bier verkocht worden en zijn slijterijen geopend. Brouwers met inderhaast geopende webwinkels doen goede zaken. Een golf van sympathie voor lokale ondernemingen zorgt voor extra klandizie in moeilijke tijden.
Onlangs hoorde ik in Zuid-Afrika een verhaal dat de problemen in Nederland tot klein bier maken. Het is het verhaal van Woodstock brouwerij in Kaapstad. Ook de Zuid-Afrikaanse regering doet tijdens de pandemie het land op slot. En een stuk heftiger dan bij ons. De verkoop van alcohol gaat helemaal in de ban. Het land ligt droog. Vooral het armere deel van de bevolking verliest zijn inkomsten en brouwerijen komen stil te liggen.
André De Klerk van Stockroom brouwerij besluit zijn brouwketels om te bouwen tot gigantische soeppannen. Hij koopt onverkochte groente op die door verstoorde logistieke ketens anders dreigen te verrotten. Hij zaagt een gat in het betonnen plafond van de brouwerij zodat ze op een makkelijke manier om groente in de brouwketels kunnen storten, en slaat aan het koken. De soep wordt opgehaald in grote tanks om uit te delen aan de mensen die het nodig hebben. ‘Mother Soup’, zoals het project heet, voedt twintigduizend monden per dag. Een nobel gebruik van de beschikbare capaciteit.
Maakt André alleen maar soep? Nee, natuurlijk niet. Een dag per week, na de grote schoonmaak, als de meeste medewerkers naar huis zijn, worden de ketels opnieuw opgestookt. Dit keer om bier te brouwen, hoewel de verkoop daarvan illegaal is. De brouwerij verpakt het bier in aluminium blikken, zonder enige markering. De lege aardappelzakken, die over zijn van de soep, zijn een perfecte dekmantel. In een tien kilozak past precies een traytje bier. Silver bullets worden de bierblikken genoemd door de liefhebbers, die er de hand op weten te leggen. Het is een welkome aanvulling op het ‘teapotting’, het serveren van lokale brandy uit een theepot in een theekopje om niet op te vallen.
De activiteiten in de brouwerij trekken de aandacht van de lokale maffia. Op een kwade dag rijden een paar donkere auto’s met geblindeerde ramen het terrein op. Gewapende mannen stappen uit. André wordt onder bedreiging meegenomen naar het kantoor. Ze boeven vragen hem geld af te geven: een groot bedrag ineens en wekelijks een vergoeding voor ‘bescherming’. “Maar ik heb helemaal niks’, zegt hij naar waarheid. “Het is Covid, we verdienen geen rode cent aan die soep.” De roverhoofdman neemt er geen genoegen mee. André moet inloggen op z’n bank app. De brouwerij staat zodanig rood dat hij geen geld meer kan overmaken. Dan maar zijn persoonlijke bankrekening. Ook leeg. “Oh kak”, zegt de roverhoofdman bijna met mededogen. “You’re more fucked, than I am.” Nog een paar weken blijven de mannen met AK-47’s rondhangen. De politie grijpt niet in. Dan houden de boeven het voor gezien.
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.