[2024] Vorige maand opende Holland Malt in de Eemshaven de eerste emissievrije mouterij ter wereld. Eigenlijk was het meer een heropening. De mouterij bestaat al sinds 2004, maar twintig jaar later is ze helemaal van het gas af. Dat is best bijzonder, want voor het moutproces is veel energie nodig. In het streven om de bierketen duurzamer te maken, is het nodig ook naar het moutproces te kijken. Voor mouterijen is het zelfs letterlijk van levensbelang. Een alternatief voor mout is dat brouwers ongemoute granen gebruiken en het zetmeel daarvan met enzymen omzetten met suikers. In de Flevopolder wordt door brouwerij Stijl al met deze manier van werken geëxperimenteerd. Niet alle bieren lenen zich voor deze manier van werken, want het moutproces zorgt ook voor typische smaken en aromacomponenten. Maar de blonde, goed gehopte ale van brouwerij Stijl toont aan dat overslaan van het moutproces niet onmogelijk is.
Een bezoek aan de vernieuwde mouterij in de Eemshaven is een belevenis. Dat begint al met de locatie. Vanaf het eindeloze platteland boven de stad Groningen zie je de gebouwen van de Eemshaven met z’n vele windmolens al van veraf liggen. Met de nodige fantasie kun je de mouterij als een kasteel zien, met vier machtige ronde mouttorens van ieder tien verdiepingen hoog. De vijftien meter diepe zeehaven is de slotgracht. Hier kunnen grote bulkcarriers aanleggen die graan vanuit heel Europa aanleveren. Het mout vindt zijn weg zelfs over de hele wereld. De kraan waarmee de schepen gelost worden is eigenlijk het minst indrukwekkende apparaat van de hele mouterij. Het lijkt niet meer dan een veredelde graafmachine.
De gerst wordt gereinigd en daarna naar de bovenste verdieping van één van de vier torens gebracht. Daar bevinden zich de weekbakken: grote ronde zwembaden waar 450 ton gerst kan weken. Af en toe zie je een klein bubbeltje koolzuurgas bovenkomen om aan te geven dat levende gerst hier zwemles heeft. Na twee dagen is de gerst doorweekt en in gewicht verdubbeld. Dan wordt de gerst op een van de drie kiemvloeren onder de weekbak gestort. Het ligt er in gegolfde cirkels, tot wel anderhalve meter diep. Als ik op de geperforeerde vloer zou staan, zou ik er net met m’n kop bovenuit steken. Het is vochtig en warm.
De laatste stop is weer een verdieping lager: de eestvloer. De groenmout wordt over twee eestvloeren verdeeld. Enorme blowers drogen de mout. Het is er niet uit te houden: vochtig en verstikkend warm, tot wel 85 ºC. Werknemers mogen maar een paar minuten in de eest verblijven en dragen een koelpack. Gelukkig is het grootste deel van de werkzaamheden geautomatiseerd.
Vroeger was er een enorme hoeveelheid gas nodig om de mout te drogen. Tegenwoordig wordt de warmte opgewekt met een warmtepomp, niet heel anders dan in een modern woonhuis. Ook een koelkast werkt op hetzelfde principe. Maar hier is de warmtepomp van epische proporties. Het is de grootste van Europa. In een aparte hal staat een enorm gevaarte van blauwe buizen, pompen en glimmende compressoren om de nodige restwarmte uit het koelwater terug te winnen. De warmtepomp draait op zesduizend volt. De energie wordt opgewekt met wind- en zonne-energie. Zo kan de mouterij emissievrij werken. Rond de mouterij staan indrukwekkend grote witte windmolens. Telkens als er een wiek voorbij zwiept, hoor je een zacht maar krachtig ‘zjoef’.
