[2025] Mijn eerste herinnering met Gulpen gaat terug tot ergens in de jaren tachtig. Mijn vader was interimmanager bij azijnmakerij van Tromp & Rueb. Gulpen had toen nog een eigen mosterdfabriek en bleek bereid het bedrijf te over te nemen. Onderdeel van de overeenkomst was dat de weduwe Tromp (of Rueb, daar wil ik van af zijn), tot haar overlijden een vergoeding zou krijgen. ‘Het is de slechtste deal van mijn carrière’, vertelde directeur Paul Rutten mij ooit, met een grote grijns op z’n gezicht. De weduwe werd dik in de negentig.
Dat een brouwerij een azijnmakerij heeft, is minder verbazend als het misschien klinkt. Het is zonde om voedingsstoffen te verspillen. Restbier kan prima verzuurd worden tot azijn en van die azijn kun je vervolgens uitstekend mosterd maken. Mosterd van Gulpener en azijn van Tromp & Rueb zijn nog steeds verkrijgbaar, hoewel Gulpener deze tak van sport al jaren geleden verkocht heeft.
In het verhaal van de mosterdfabriek zitten drie elementen die tot op de dag doorklinken in het karakter van Gulpener. Nog steeds laat de brouwerij op kleine schaal haar bier verzuren. Door het raam bij herberg De Zwarte Ruiter op de markt van Gulpen kun je een groot houten foeder zien, waarin dit gebeurt. Je wil die melkzuur- en azijnzuurbacteriën immers niet in je brouwerij hebben. Dit verzuurde bier is de basis voor Meestreechs Aajt, het bijzondere versnijbier, dat veel weg heeft van Vlaams Oud Bruin. Het is het enige traditionele oud bruin dat nog in Nederland gebrouwen wordt. Een prachtige zacht rinse doorstlesser met een laag alcoholpercentage, dat zich buitengewoon goed laat bewaren. Een bier ook, dat zich goed laat combineren aan tafel.
Het tweede element wat terugkomt in de bedrijfsgeschiedenis van Gulpen is de aandacht voor duurzaamheid. Nog steeds is dit één van de kernwaarden van de brouwerij. Dat kan door geen waardevolle voedingsmiddelen verloren te laten gaan, maar ook door zo min mogelijk grondstoffen en energie te gebruiken. Vlak voor de Covidcrisis opende Gulpener haar revolutionaire brouwhuis, dat helemaal ontworpen is op een minimale energiebehoefte. De brouwers koken het wort niet, maar strippen het van ongewenste smaakstoffen. De brouwerij heeft ook geen klaringskuip, maar een beslagfilter. Die manier van werken maakt het mogelijk om meer ongemoute granen uit de omgeving te gebruiken. Het bijzondere is dat Gulpener heel open is over het ontwerp van haar nieuwe brouwerij. Het is immers van belang voor de toekomst van de planeet, als meer brouwers zich laten inspireren om op deze manier verantwoord met natuurlijke hulpbronnen om te gaan.
Het derde element is de aandacht voor de omgeving. Dat blijkt al uit het grote belang dat Gulpener aan duurzaamheid hecht. Maar er zit ook een andere, menselijke kant aan. Tot op haar laatste levensdag werd de weduwe betaald, ook al bleven de kosten van de overname oplopen. Het gebruik van lokaal geteelde granen, die door het schommelende klimaat niet altijd simpel te verwerken zijn, is eigentijds voorbeeld van het principieel vasthouden aan gemaakte keuzes en niet de gemakkelijke weg te kiezen van direct geldelijk gewin. Zo kun je als bedrijf je 200e verjaardag halen. De ziel van Gulpener komt misschien wel het best tot z’n recht in de jaarlijkse hopfeesten, waar duurzame teelt, aandacht voor de regio en genieten van bier samenkomen.
