Leer van je fouten

Leer van je fouten

Er zijn mooie parallellen tussen de bierhype van vandaag de dag en die van eind jaren ’80. Ook toen groeide het aantal kleine brouwerijen onstuimig. Het was ook de tijd dat Dommelsch nog eigen speciaalbieren op de markt bracht, Leeuw in Valkenburg werd gebrouwen en dat je in het café Ridder Maltezer van de tap kon bestellen. Jazeker, ook de grote brouwers hadden veel lekkers in huis. Al was groot in die tijd ‘peanuts’ vergeleken bij de omvang van de huidige brouwreuzen.

De groei van het aantal brouwerijen ging misschien iets minder hard als vandaag de dag, de aantallen waren toch aanzienlijk te noemen. En omdat brouwen ook toen al een echt vak was, liep de gemiddelde kwaliteit van het Nederlandse speciaalbier niet evenredig mee met het aantal bieren dat op de markt werd gebracht. Hoe vaak hoorde ik niet van brouwers: ‘Het hoort zo’, als ik een opmerking over de zuurtegraad of boterbabbelaargehalte maakte. Of: ‘Het is ambachtelijk gebrouwen. Dan kan dit gebeuren.’ Maar Toon van de Reek, toenmalig brouwmeester van de Arcener Bierbrouwerij zei mij ooit: ‘Als een brouwer zegt ambachtelijk bier te brouwen heeft hij gewoon niet genoeg geld om goede spullen te kopen.’

Een kwart eeuw later is de term ‘ambachtelijk’ verdrongen door ‘craft’. Bijna wekelijks gaan er nieuwe brouwers aan de slag. Zelden met een officiële opleiding voor dit ambacht als bagage. Toch worden de bieren die ze maken op de markt gebracht met een aplomb alsof ze de 5 sterren rating op Untappd met twee vingers in de neus gaan halen. En in plaats van een zuivere blond of tripel is het ook meteen een Dark IPA, Russian Imperial Stout of Quadrupel met houtrijping. Maar daarvoor is kennis en veel ervaring vereist. Dus gaat het lang niet altijd goed.

Ik schrijf dit niet om de jongere generatie brouwers af te branden. Integendeel. Ik bewonder hun enthousiasme, passie en doorzettingsvermogen! Maar begin simpel.

Meer zelfkritiek heeft ook een collectief belang. Want de gemiddelde bierconsument is nog lang niet toe aan al dit experimentele lekkers. Wordt er een keer een craft-biertje gekocht dan moet dit wel goed zijn. Zo niet, dan houdt deze nieuwe categorie bierdrinkers het voorlopig  toch maar bij pils. Niets mis met een koude ondergister, maar wie zich craft-brouwer noemt moet beseffen dat  dit niet betekent dat brouwfouten met de mantel der liefde mogen worden bedekt.

Een belangrijk verschil met destijds is er gelukkig ook. De bierkennis in de horeca. Kon de bierliefhebber destijds slechts terecht bij een select aantal (ABT) cafés voor een lekker glas, vandaag de dag is dat sterk verbeterd. Een café met minder dan vier taps kom je niet meer tegen. En wat ook scheelt, de kennis over het product dat wordt getapt of geschonken bij zowel eigenaar als personeel is sterk verbeterd. Dankzij intensieve trainingsprogramma’s zoals Goed Getapt, maar natuurlijk ook door StiBON dat al honderden ‘bierambassadeurs’ afleverde. Het heeft tot gevolg dat de consument anno 2016 in vrijwel het hele land mooie specialbieren kan drinken. Nederlandse brouwers zouden dit mooie bijeffect van de bierhype vaker kunnen gebruiken om de eigen bieren te toetsen. Tijdens een proefavond bijvoorbeeld. Om vervolgens met de opmerkingen aan de slag te gaan. Het zal de kwaliteit van de bieren ten goede komen. En dat is uiteindelijk weer goed voor de hele biersector.

Sander van Werkhoven is zelfstandig horecajournalist en stond onder andere aan de basis van de Café Top 100 en het jaarlijkse pilsoverzicht. Deze blog is geschreven op persoonlijke titel

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.