Flessenpost

Flessenpost

[2021] Onlangs kreeg ik van Bas Schampers van de Bourgondische Bierkelder een flesje Heineken van bijna dertig jaar oud. Het voelde als flessenpost uit een ver verleden. Heineken zat toen nog in het gemeenschappelijke bruine retourflesje dat alle Nederlandse brouwers gebruikten. Het had zelfs nog een rood-witte kroonkurk. Het bracht me in gedachten niet alleen terug naar een bierdoordrenkte studententijd, maar ook naar een curieus bericht dat ik eerder deze zomer las: het bruine Nederlandse bierflesje heeft een Europese duurzaamheidsprijs gewonnen.

De 30 BNR fles, zoals het pijpje officieel heet, is ruim vijfendertig jaar geleden ingevoerd. Om deze fles anno 2021 nog in het zonnetje te zetten, voelt als mosterd na de maaltijd. Zeker nu vrijwel alle grote brouwers inmiddels gekozen hebben voor een eigen retourfles, in navolging van Grolsch in 2007. Voor Grolsch was de overweging destijds dat het biermerk zo ‘een eigen gezicht op de biermarkt kan veroveren’. ‘De verpakking moet de kwaliteit van het bier aan de drinker duidelijk maken’, aldus de brouwer in het persbericht. Dat lukte blijkbaar niet meer met de gemeenschappelijke 30 BNR fles, die door marketingdirecteur Hendrik-Jan de Mari minachtend ‘een bruin communistenflesje’ werd genoemd.

De gedachte achter de bekroonde 30 BNR fles is een schoolvoorbeeld van duurzaam denken. Een hervulbare fles is tot wel veertig keer te gebruiken en vervangt evenzoveel eenmalige flesjes. Dat is het eerste aspect dat de fles zo bijzonder maakt. Het andere is de samenwerking tussen brouwers. De fles werd door vrijwel alle Nederlandse brouwers gebruikt. Een flesje kon de ene keer gevuld zijn met Bavaria bockbier en een volgende keer met Lindeboom pils. Het licentiesysteem, dat de brancheorganisatie Nederlandse Brouwers beheert, schrijft voor dat alle etiketten eenvoudig afwasbaar moeten zijn. Daardoor is het niet nodig de flessen uit te sorteren en kan iedereen elkaars flessen gebruiken. Keerzijde is dat brouwers zich door de flesvorm (en bruine kleur) niet van elkaar kunnen onderscheiden. Alleen het afwasbare etiket en de kroonkurk zorgen voor onderscheid. Tegen de marketingdrift van Heineken, Grolsch, Bavaria, Brand en Alfa bleek het systeem niet opgewassen. Ieder heeft nu z’n eigen hervulbare fles, al dan niet groen. Slechts enkele merken houden manmoedig vast aan de gezamenlijke hervulbare fles.

Daaronder vrijwel geen craftbrouwerijen. Omdat het voor kleine brouwerijen niet haalbaar is om een wasmachine voor hervulbare flessen te installeren, vullen ze af in eenmalige flessen (of blik natuurlijk). De paradox is dat ze vrijwel allemaal hetzelfde model fles gebruiken, zonder dat die eenvormigheid ze in de weg lijkt te zitten qua merkuitstraling. Met veel plezier las ik in het persbericht van Nederlandse Brouwers dat de organisatie op dit moment laat onderzoeken of het haalbaar is om nieuwe (kleine) brouwerijen op het hervulbare 30 BNR systeem aan te sluiten, en zo ja hoe. Is dit een teken aan de wand dat ook de grote brouwers op hun schreden terug zullen keren?

Zeker is dat circulariteit volop in de aandacht staat. Eerder deze zomer werd het statiegeld op kleine plastic flesjes ingevoerd. Over anderhalf jaar moeten ook blikverpakkingen volgen. Misschien is dit een goede aanleiding om inspiratie uit het verleden te halen. Zo bezien is de late erkenning voor de 30 BNR fles minder curieus dan ik eerder dacht. Flessenpost kan soms interessante berichten brengen.

Dit blog is geschreven voor de Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur en verscheen eerder op hun site.

Geen reactie's

Geef een reactie