Islay

Islay

[2011]  Het eiland Islay (spreek uit ‘Aailaa’) is onder whiskyliefhebbers een begrip. Op dit eiland aan de westkust van Schotland, ter grootte van Texel, zijn maar liefst acht verschillende whiskystokerijen te vinden. Laphroig is misschien wel het bekendste van de acht. Niet alleen het aantal distilleerderijen is opvallend, ook het soort whisky die ze produceren is van uitzonderlijke klasse. Het kleine eiland is daarmee een van de vier whiskyregio’s die men in Schotland kent.

De whiskies van Islay onderscheiden zich van de whiskies van het vasteland of van de andere eilanden, doordat ze voor een deel gemaakt zijn van mout die gedroogd is boven een turfvuur. Die turf wordt gestoken op het eiland zelf. Overal zie je stukken veen die worden afgestoken, en waar de plaggen turf liggen te drogen in de open lucht. De turf geeft de whisky een krachtig, rokerig karakter met tonen van zeewier en jodium. Het is geen whisky voor de fainthearted. Wie met de veerboot bij de havenstad Port Ellen aankomt ziet de distilleerderijen van Adberg, Laphroig en Lagavullin aan de kust liggen. Opvallend zijn de witgekalkte magazijnen waarop met grote zwarte letters de naam van de distilleerderij is geschilderd. Boven het stadje hangt een grijze mist van turfrook, veroorzaakt door de lokale mouterij. Voor de inwoners is er geen ontkomen aan. Voor wie die Islay ervaring mee naar huis wil nemen: Adberg verkoopt ‘wierook’ gemaakt van turf, om ook je eigen huis in een vette turfgeur in te pakken.

Met een eigen mouterij zal het niemand verbazen dat het eiland ook een brouwerij kent. Toch is de Islay Brewery pas redelijk recent opgestart. En tot mijn grote verbazing maakt men gewoonlijk geen gebruik van de mout die zo karakteristiek is voor deze plek. Slechts incidenteel brouwt men een bier met turfmout. Een bier dat ik trof na de houdbaarheidsdatum, waardoor het een deel van zijn karakter aan zuurte prijsgegeven had.

Wie een bier wil proeven dat gemaakt is met de mout van Islay, kan makkelijker in ons eigen Bodegraven terecht. Brouwerij de Molen heeft inmiddels een grote naam opgebouwd met het brouwen van eigenzinnige en krachtige bieren. Voor het bier Hemel en Aarde maakt brouwmeester Menno Olivier gebruik van de sterkste turfmout die hij kan vinden. Bij de distilleerderij van Bruichladdich (minstens net zo eigenzinnig – maar dan in whisky) vindt hij de mout die hij zoekt. Hij maakte er een donker bier van, gehopt met de Amerikaanse hopsoorten Nugget en Amarillo. Volgens het etiket is het bier minstens 25 jaar houdbaar, indien het koel en donker bewaard wordt. De fles die ik kocht heeft daar met moeite één jaar van volgemaakt. Toen was ik te nieuwsgierig waar dit bier naar zou smaken.

Het is zwart als asfalt met een fijne schuimkraag, die maar langzaam opkomt, zoals je van Britse bieren verwacht. In de neus wat turf en branderigheid en een beetje leer en laurier. Maar de smaak, wat een smaak! Een bek vol. Het bier is zacht, zoetig met een heerlijke toets van turf en een boeiende branderigheid. Daarna breken groene frisse bitters door van de hop, die zich achter je verstandskiezen nestelen. Dit is een dijk van een bier dat zich langzaam in je mond blootgeeft. Blij dat ik hier niet 25 jaar op wachtte.

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.