Regels jagen brouwgerst Nederland uit

Regels jagen brouwgerst Nederland uit

[2014] Wie in de supermarkt een glimmend kratje pils koopt, realiseert zich vaak niet dat bier een drank is die naar de grillen van Moeder Natuur moet leven. Weer en wind hebben een enorme invloed op de kwaliteit van brouwgerst die in Nederland kan groeien. Het ene jaar is duidelijk het andere niet. En toch verwachten we als consument dat ons pils, gebrouwen van die gerst, ieder jaar hetzelfde smaakt. Eigenlijk een ongelooflijke prestatie dat dit telkens weer lukt.

Eens per jaar organiseert de stichting NIBEM een bijeenkomst waarop akkerbouwers, mouters en brouwers bijpraten over de teelt van brouwgerst in Nederland. Die bijeenkomst wordt gehouden op een van de proefboerderijen waar men onderzoekt welke soorten brouwgerst het meest geschikt zijn om bier van te maken.

Dit jaar stond het eiwit gehalte in brouwgerst centraal. En wat blijkt, niet alleen Moeder Natuur, maar ook Vadertje Staat draagt bij aan de uitdagingen waar de bierketen voor staat. Het ideale eiwitgehalte in brouwgerst is een balans tussen positieve en negatieve effecten, legde technoloog August Bekkers van Heineken uit. Voldoende eiwit is onmisbaar voor de stevigheid en kleur van het bierschuim. Wij Nederlanders willen graag een stevige schuimkraag op ons bier. Eiwitten zijn als de bakstenen waaruit het bierschuim is opgebouwd. Hop levert de specie waardoor het schuim blijft staan. Eiwitten zorgen ook voor de omzetting van zetmeel tot suiker. Tenslotte zijn die eiwitten zelf ook een onmisbaar voedsel voor de gist. En zonder gist geen koolzuur en alcohol in het bier. Aan de andere kant zorgt teveel eiwit voor een lastige filtratie, waardoor het moeilijk is om helder bier te krijgen. Verder draagt het bij aan sommige smaakafwijkingen. Om de perfecte balans tussen goede en slechte effecten te bereiken heeft brouwgerst idealiter een eiwitgehalte tussen de 9,5% en 11,5%.

Vroeger hadden boeren in Nederland de grootste moeite om niet teveel eiwit in het brouwgerst te krijgen. In de afgelopen tien jaar zijn de brouwgerstrassen zo ver verbeterd, en is de opbrengst per hectare er zo op vooruit gegaan, dat akkerbouwers slechts met moeite de ondergrens van 9,5% eiwit halen. Daarbij zitten de regels van Vadertje Staat behoorlijk in de weg liet onderzoeker Ruud Timmer van de Wageningen Universiteit zien. De hoeveelheid eiwit kun je verhogen door het land te bemesten tijdens de groei. De Overheid legt echter grenzen aan hoeveel mest je mag gebruiken om overbemesting tegen te gaan. De ‘gebruiksnorm’ voor brouwgerst is 80 kg per hectare. Een totaal verouderde norm liet Timmer in een simpel sommetje zien. Met die hoeveelheid is het vrijwel onmogelijk om 9,5% eiwit te halen bij een opbrengst van 6,5 ton gerst per hectare. Bij een lager percentage kan de mouter het graan niet gebruiken en brengt het de boer veel minder inkomsten op. Resultaat is dat Nederlands brouwgerst het risico loopt om uit de gratie te vallen en dat mouters, nog meer dan nu, kiezen voor gerst die verder weg geteeld is. Of dat een duurzame oplossing is, is zeer te betwijfelen. De Overheid kan de innovatie in de landbouw blijkbaar onvoldoende bijbenen. Het is tijd dat ze de gebruiksnorm van brouwgerst aanpast aan de moderne granen die nu op het land staan.

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.