Světlé ležák

Světlé ležák

[2017] Praag staat voor mij in de top drie van de grootste biersteden in Europa. Niet vanwege de diversiteit van verschillende bieren. Daarvoor kun je beter in Brussel of Londen terecht. Juist de absolute verering van één bierstijl is wat Praag zo bijzonder maakt. Die bierstijl heet Světlé ležák, de oervorm van ons pils. Maar waar ons pils in de loop van de tijd licht en vlak is geworden, heeft světlé ležák zijn karakter behouden.

Světlé ležák of boheems lager is een blond doordrinkbier met 4 tot 5% alcohol. Het wordt volgens de ondergistende manier gebrouwen. Het alcoholpercentage staat er meestal niet op. De Tsjechen kiezen ervoor met het Platogehalte te werken. Gewoon lager heeft 10 graden, het luxere en iets zwaardere bier, zoals Pilsner Urquell, 12. Veel brouwers maken ook nog een ‘11’. Je kunt zo wel heel precies kiezen waar je voorkeur naar uitgaat. Het opvallende is dat alle brouwers, groot of klein, zich op deze biersoort storten, die niet eenvoudig te maken is.

Brouwers werken vrijwel zonder uitzondering bijzonder traditioneel volgens de decoctiemethode. Daarbij wordt een deel van het beslag naar een aparte ketel gebracht, daar verhit en vervolgens teruggestort. Dat proces wordt twee of drie keer herhaald, afhankelijk van het recept. Door het koken krijgt het bier een warme gouden gloed in de kleur en een vollere smaak. Het kan zelfs een licht aroma van boterbabbelaars hebben. De hop is vanzelfsprekend de oer Tsjechische Saaz hop uit Žatec. Het geeft het bier een heel subtiele bitterheid. Enkele grotere brouwerijen besloten om uit kostenoverweging de decoctiemethode vaarwel te zeggen en het beslag gewoon langzaam te verwarmen. De Tsjechen stemden met hun voeten. Het nieuwe bier werd niet gepruimd en in veel geval werd decoctie opnieuw ingevoerd. Als brouwers al een ander bier brouwen, dan is het een donkere variant van hetzelfde bier: tmavé.

Eén van de mooiste plekken om světlé ležák te drinken is U Zlatého Tygra (De Gouden Tijger), in een achterafstraatje in de Oude Stad. Aan lange tafels zitten Tsjechen naast elkaar te drinken, vaak met een sigaretje in de mond. Je bestelt één keer een bier, en vervolgens krijg je telkens een nieuw voorgezet als het oude glas bijna leeg is. Een streepje op het bierviltje geeft aan dat er een bier geserveerd is. De enige manier om het proces te stoppen is om een viltje op het glas te leggen. Dan volgt direct de rekening.

Brouwerij U Tří Růží ligt een tiental meter verder aan dezelfde straat. Het hele gebouw ruikt heerlijk naar kokende wort en hopbellen. Het is een behoorlijk toeristische plek geworden met bijbehorende knorrige obers. Opvallend is het kloosterbier dat ze er brouwen, verwijzend naar het Dominicanerklooster dat naast de brouwerij ligt.

Wie de nieuwe biercultuur van Tsjechië wil ontdekken loopt vanuit de voordeur van U Tří Růží rechtdoor een straatje in. Daar, in een eeuwenoud gebouw, vind je U Kunštátů. Een voor Tsjechen onbegrijpelijke kroeg, want zonder tapkranen met lager. Wel staan er koelingen vol met flessen van kleine en middelgrote brouwerijen uit Bohemen en Moravia. Natuurlijk met světlé ležák maar ook met Weizen, IPA, pale ale of Baltic porter. Ook hier heeft de internationalisering van de biersmaak toegeslagen, zij het mondjesmaat.

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.