Wanneer keert de wal het moutschip

Wanneer keert de wal het moutschip

[2015] Onlangs verzamelden brouwers, mouters en andere leveranciers zich in Dublin voor de World Barley, Malt en Beer Conference. Drie dagen lang van lezingen over de toekomst van met name de moutindustrie. Onderdeel waren de Global Brewing Supply Awards, waarbij ik mocht jureren en de Nederlandse mouterij De Swaen er met de bronzen plak vandoor ging.

Opvallend in deze wereld van heren in grijze pakken uit de wereld van big beer was de aandacht voor het succes van de microbrouwerijen. Vooral in Amerika, maar ook in Europa. Het was mooi om te zien hoe twee stromingen met elkaar bosten, als een golf die door de kant gekeerd wordt en botst tegen de golf die er achteraan komt. Aan de ene kant het bekende verhaal van schaalvergroting. Aan de andere kant het succes van kleine eigenwijze brouwers. De wetten van efficiency schrijven voor dat de grote bedrijven steeds groter worden en de kleintjes verzwelgen, totdat er nog drie tot vier wereldspelers overblijven. Bij bier komen we een eind in de buurt: ABInBev, HEINEKEN, SABMiller en Carlsberg hebben al dik de helft van de totale biermarkt in handen. De wereld van de mouterijen is nog niet zo ver. Ook daar een paar grote bedrijven, maar er zijn ook nog veel regionale familiebedrijven. Maar kleine ‘craft’ mouterijen, die zijn er ook niet meer, hoewel er in Amerika nu een tegenbeweging ontstaat. De mouterijen zitten halverwege servet en tafellaken en weten eigenlijk niet welke kant ze nu op moeten.

Het vastberaden streven naar efficiency dreigt voor brouwgerst desastreuze gevolgen te hebben. De marges in de keten inmiddels zijn zo ver uitgeknepen dat steeds minder boeren zin hebben om brouwgerst te verbouwen. Bovendien is het risico te groot. Op het moment dat de oogst niet aan de steeds strengere kwaliteitseisen voldoet, is al het werk voor niets geweest. Voergerst voor de veestapel heeft weinig waarde. Wat dat betreft is de teelt van tarwe een stuk minder risicovol. Gevolg is dat de beschikbaarheid van mout wel eens onder druk zou kunnen komen te staan, met tekorten zoals die nu voor hop steeds vaker voor komen.

Aan de andere kant zorgt de opkomst van ‘craft’brouwerijen juist voor een enorme vraag naar bijzondere moutsoorten – net zoals dat eerder voor hop gebeurde. Doordat ‘craft’brouwerijen veelal 100% moutbieren brouwen en geen gebruik maken van goedkope alternatieven als maïs of ander ongemout, is hun behoefte aan mout per liter bier veel groter. Bovendien is hun brouwhuis niet zo efficiënt als bij de grote jongens. Volgens de Brewers Association duurt het niet lang meer voordat de Amerikaanse craftbrewers de mijlpaal van 20% van de totale bierproductie van de VS bereiken. Daarvoor hebben ze dan wel 50% van alle mout nodig. En dan liefst geen standaardmout, maar mout waarmee de brouwers zich kunnen onderscheiden. Volgens Chuck Skypack van de Brewers Association moet het mogelijk zijn dat brouwers zich met verschillende moutsoorten van specifieke gerstrassen uit de regio kunnen onderscheiden. Bieren onderscheiden zich nu al met de hop. Dat zou ook met mout kunnen. Dat vraagt wel een heel andere mentaliteit dan die van efficiencyverbetering. Dat kost geld, maar met de marges die microbrouwerijen op hun bier kunnen maken is dat ook haalbaar. Het zou de teelt van brouwgerst weer een stuk gezonder kunnen maken.

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.