(Klater)goud

(Klater)goud

[2022] Mensen zijn dol op ranglijsten. Het is altijd spannend om te zien wie de snelste is, de sterkste, de mooiste. Competitie brengt het beste (en soms het slechtste) in de mens boven. Een drang om te verbeteren, om bovenaan die apenrots te staan.

Het is één van de redenen dat er biercompetities bestaan. Brouwers willen zich meten met de concurrenten. Bovendien is het commercieel interessant om te melden dat je ‘de beste’ bent. Het geeft de consument houvast en de schijn van zekerheid dat hij of zij een goed product koopt. Niet voor niets tooit Heineken zich tot op de dag van vandaag met de gouden medaille die het in 1875 in Parijs won, of de eervolle vermelding van een competitie in Amsterdam in 1883. Het bier is sindsdien aangepast, de prijzen bleven. Het is een soort van geruststelling dat het bier van excellente kwaliteit is. Sterker nog, het is een deel van de merkuitstraling geworden.

Marketeers zijn helemaal tuk op prijzen en medailles om hun bier aan te prijzen. En als het bier geen prijs weet te scoren in een reguliere competitie, dan verzinnen ze er desnoods zelf eentje. Onder het mom van ‘wij van WC-Eend adviseren WC-Eend’. Slimme ondernemers zijn op die behoefte ingesprongen. Zij organiseren biercompetities waar zoveel gouden, zilveren, bronzen medailles worden uitgereikt, dat je je best moet doen om géén prijs te winnen. Het zijn letterlijk medaillefabrieken. Dan hoeven zij van WC-Eend in ieder geval niet zelf te zeggen dat ze geweldig zijn. Ze hebben er een excuustruus voor ingeschakeld. Het lijkt de oude olympische gedachte wel: meedoen is belangrijker dan winnen. Alleen pronken de brouwers wel met al dat klatergoud.

Er zijn ook competities die de strijd serieus nemen. Het aantal prijzen is er beperkt, de jurering vindt blind plaats en de voorwaarden om te winnen zijn vooraf helder en duidelijk. De Europese bierconsumentenvereniging EBCU heeft criteria opgesteld waaraan een geloofwaardige wedstrijd moet voldoen. Een gouden medaille in dergelijke wedstrijd heeft waarde, zowel voor de brouwer als voor de consument.

Een van de wedstrijden die erkend is door de EBCU is de Dutch Beer Challenge, die afgelopen maand georganiseerd werd. Bierschrijver Frits Dunnink schreef er in zijn blog een mooi verhaal over. Nederlandse brouwers schreven in totaal 550 bieren in, een record aantal. Onder de prijswinnaars grote, bekende, brouwers maar ook onbekende en nieuwe. Brouwerij K.E.G.S. begon tijdens de coronacrisis en wist direct een bronzen medaille te scoren.

Het is mooi om te zien dat in de acht jaar van haar bestaan de Dutch Beer Challenge telkens weer een mix oplevert van brouwerijen die jaar in jaar uit in de prijzen vallen, en brouwerijen die plotseling pieken. Jopen en Trappistenbrouwerij De Koningshoeven vallen in de categorie vaste gasten. Ze wisten dit jaar de meeste medailles mee te nemen, ieder zes. Zou het ermee te maken hebben dat ze een zekere verbondenheid met een kerk hebben – ieder op z’n eigen manier? Maar de meeste bewondering ging misschien wel uit naar brouwer Sander Nederveen van Oedipus die met z’n team in de catergorie ‘innovatie: sour/brett’ zowel de bronzen, zilveren als gouden medaille wist binnen te halen. Een clean sweep. En dat is in al die jaren nog niet eerder voor gekomen.

Deze column is geschreven voor de Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.