Oud hout

Oud hout

[2014] Wie een glas Rodenbach drinkt, maakt tegelijkertijd een smakelijke reis terug naar de tijd dat het nog niet gewoon was om bier te kruiden met bittere hop. In de Middeleeuwen verbood de graaf van Vlaanderen het gebruik van hop zelfs in het graafschap waarover hij regeerde. Om bier langer houdbaar te maken besluiten brouwers in het westen van Vlaanderen hun bier te verzuren. Een deel van het bier laten ze in grote eikenhouten tonnen rijpen waardoor melkzuurbacteriën een kans krijgen het bier langzaam en gecontroleerd een zure smaak te geven. Dat zure bier mengen ze met jong bier, waardoor het niet meer kan bederven. Het resultaat is een zachtzuur bier met enkele fruittonen en zonder enige bitterheid. Rodenbach is daarmee verwant aan het Engelse porterbier, dat van oudsher ook een versnijbier van oud en jong bier is. Het proces van verzuring is te vergelijken met de manier waarop Nederlandse boeren karnemelk maken om melk beter houdbaar te maken. In beide gevallen zorgen melkzuurbacteriën voor de noodzakelijke zure smaak. Rodenbach is zo bezien eigenlijk het karnemelk onder de bieren.

Tegenwoordig bestaat ieder flesje Rodenbach voor een kwart uit oud bier dat gemiddeld twee jaar op grote eikenhouten foeders gerijpt heeft. De brouwerij heeft maar liefs 294 foeders staan, ieder met een inhoud van twaalfduizend liter. Ooit is er geëxperimenteerd met nog grotere vaten, waar wel 65.000 liter in past. Maar die schaalvergroting past niet bij het bier. De verzuring gaat te langzaam. Tijdens de rondleiding is een oude metalen kast met metertjes en lampjes te zien, die wat weg heeft van een futuristische machine uit een Kuifje verhaal. Het is een ultrasone fermentatieversneller waarmee men ooit probeerde de grote foeders beter bruikbaar te maken. Het werkt niet en dus keerde Rodenbach terug naar de meer menselijke maat van twaalfduizend liter – een vat waarin je overigens nog steeds comfortabel een bad kunt nemen. Het grote aantal foeders heeft als voordeel dat de brouwerij de tijd heeft om een optimale rijping te garanderen en altijd het beste bier kan kiezen om een goede melange te maken. Om al die vaten in optimale staat te houden heeft de brouwerij twee eigen kuipers in dienst, die in een indrukwekkende werkplaats het hout zagen, schaven en in conditie houden.

De brouwerij draagt de naam van een van oorsprong Duitse familie. Ferdinand Rodenbach zat als legerarts uit het Oostenrijkse leger krijgsgevangen in Rijssel. Toen hij vrij kwam, trouwde hij een lokale schone en vestigde zich in het Vlaamse Roesselare. Hij had goed contact met lokale brouwers omdat zij hem konden helpen aan alcohol voor ontsmetting van wonden en verdoving van zijn patiënten. De brouwerswereld is zijn familie dus niet vreemd als vier van zijn kleinzonen in 1821 besluiten een plaatselijke brouwer over te nemen. Ondanks de opkomst van goudgele bittere pilsbieren houdt de familie Rodenbach vast aan de traditionele brouwmethoden en het bier als een friszure dorstlesser die nauwelijks bitterheid kent. En dankzij die volhardendheid kunnen we vandaag de dag nog steeds genieten van dit type bier. En met toegenomen aandacht voor traditionele streekproducten zie je dat ook de aanacht voor  Vlaamse rood-bruine bieren weer stijgend is. En terecht, want Rodenbach is een prachtig bier, dat als traditionele spijscombinatie grijze Noordzeegarnalen kent.

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.