120 jaar oud bier op Terschelling

120 jaar oud bier op Terschelling

[2007] Het wrakkenmuseum op Terschelling noemt zichzelf een ‘prettig gestoord museum’. Zelden zag ik een museumbeschrijving die beter op zijn plaats is. Een oude boerenschuur is omgetoverd tot rariteitenkabinet van duikhelmen, opgedoken munten, pistolen, aangespoeld wrakhout, en ik weet al niet wat. Voor het museum staat een complete commandotoren van een duikboot. In de tuin ligt een piratenschip waarop kinderen kunnen spelen.

Rondom het eiland zijn honderden schepen vergaan met de meest uiteenlopende lading. De Lutine spreekt het meest tot de verbeelding. Volgens de legende had dit schip, dat in 1779 met man en muis verging, een goudschat aan boord. Vele pogingen zijn ondernomen om het goud te vinden, maar de schat is nooit geborgen. In het wrakkenmuseum zie je een prachtig overzicht van alle mislukte expedities.

In 2000 vond de duikclub van Terschelling een verrassing bij de Duitse schoener Lisette, die in 1881 voor de kust verdween. De Lisette was op haar maidenvoyage van de Duitse havenstad Blankenese naar Arika in Peru. Waaruit de lading bestond, is nooit helemaal duidelijk geworden, maar zeker is dat de opvarenden nooit van dorst zouden omkomen. Meer dan honderd flessen bier werden opgedoken. Op de flessen zijn nog de letters ‘AB Norway’ te lezen, waarschijnlijk was het bier van de Aass Brouwerij uit Drammen. Een van de duikers heeft een flesje 120 jaar oud bier open getrokken. Het rook niet eens smerig vertelde hij, een beetje naar alcohol. Volgens een krantenartikel uit die tijd heeft hij het niet aangedurfd het bier op te drinken. In het museum zijn nog meer oude bierflessen te vinden, voornamelijk van Duitse oorlogsschepen zoals de sperrbrecher Stolzenfels, die in 1941 door Engelse vliegtuigen tot zinken is gebracht. Gelukkig heeft het museum niet alleen oud bier van de bodem van de zee. Centraal in het museum ligt de bar van het eetcafé, waar je een heerlijk vers glas bier kunt bestellen.

Niet in het wrakkenmuseum, maar niet te missen op het eiland is het resultaat van een andere scheepsramp. In 1839 spoelden vele houten vaten aan op de standen van Terschelling. Jutters sleepten ze de duinen in, in de hoop dat er wijn in zou zitten. Teleurgesteld lieten ze de vaten achter, toen ze niets anders dan harde rode besjes vonden. Tientallen jaren later bleken de duinvalleien begroeit met een heideachtige vegetatie, en kwamen de eilanders erachter dat je met de rode besjes die eraan groeiden heerlijke dingen kunt maken. Menukaarten staan nu vol met cranberrytaart, cranberrythee, cranberrylikeur, sinaasappelsap met cranberrysiroop en nog tienduizend andere combinaties. Een slimme ondernemer brengt Seeschuymer op de markt, bier met cranberries.

Omdat Terschelling één groot vakantie-eiland is, kom je er ook meer dan voldoende kroegen en cafés tegen. Er staan er zelfs twee in de café top 100. Helemaal op het westelijke puntje ligt De Walvis, bijna een soort strandtent. Het is een favoriete plek om op de veerboot te wachten. Aan de andere kant van het eiland, in het plaatsje Hoorn, vind je café de Groene Weide. Dit is het café van Hessel, de zingende kroegbaas van Terschelling. Iedere woensdag tot zondag treed hij op. Soms met zijn dochter, die het talent van Pa duidelijk georven heeft. En als je er geweest bent, weet je één ding zeker: ook ik kom ooit ‘Terug naar Terschelling’.

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.