01 feb DCBC 2026
[2026] Afgelopen donderdag organiseerde de vereniging van onafhankelijke brouwers CRAFT voor de tiende keer de Dutch Craft Brewers Conference. De conferentie had heel toepasselijk de titel ‘A decade of dedication’ meegekregen, hoewel ‘Tien jaar van Toewijding’ minstens zo toepasselijk zou zijn geweest. Voor mij is de conferentie altijd weer een feestje. Het programma kent altijd interessante sprekers, waarbij het soms lastig is te kiezen, naar wie je tijdens de parallelsessies zult luisteren. Daarnaast is het mooi om te zien met welke producten de sponsoren en standhouders naar de beursvloer komen. Maar het belangrijkste is voor mij het bijpraten met brouwers en andere mensen in de bierwereld, onder het genot van een mooi glas bier, of eerder op de dag een kop koffie.
Dat dit praten niet alleen met je stem kan, bewijzen aanwezige de gebarista’s. Deze dove barista’s beheren een koffiebar waar je alleen in gebarentaal een cappuccino kunt bestellen. Een scherm toont je het gebaar dat je moet maken. Het is net Google Translate, maar dan anders. Ik vind het geweldig. Het doet me denken aan de brouwer van de 7 Deugden die de StiBON Lentiz brouwopleiding succesvol afgerond heeft met behulp van een gebarentolk. Ook zij kon daarna bijna als brouwer aan de slag. Het zijn mooie voorbeelden van een manier waarop je met een paar kleine aanpassingen als bierwereld nog veel opener kunt zijn. Want laten we wel wezen. Wat meer diversiteit zou de bierwereld geen kwaad doen.
De Dutch Craft Beer Conference is voor mij een thermometer waarop af te lezen is hoe de bierwereld ervoor staat. En eerlijk gezegd, ik vond er wel een gegronde positiviteit heersen. Gegrond omdat alle luchtfietserij van groei met dubbele cijfers en oneindige smaakexperimenten inmiddels achter ons ligt. Maar ook omdat de paniek van de veranderende markt ook geweken is. We weten waar we staan, we weten dat we aan de bak moeten om onze biercultuur te laten bloeien en we weten dat we het kunnen.
Tijdens de presentaties en ook op de stands van de sponsoren zag ik een ontwikkeling waar ik in mijn hart niet zo blij mee ben, maar rationeel weet dat ze waarschijnlijk nodig en onomkeerbaar is. Dat is de opkomst van steeds meer preparaten om bier smaakvoller en stabieler te maken. Vooral de hoppreparaten kennen een razendsnelle ontwikkeling, net zoals die van fruit. Je kunt er expressieve en bieren mee maken, lekker en het is nog duurzamer ook. Bovendien kun je met één moederbrouwsel volstaan voor een hele range aan producten. Maar voor mijn romantische hart wringt het. Als je niet oppast verwordt het beroep van brouwer van ambachtelijk vakman/vrouw tot een eenvoudige smaakjesmenger, niet heel anders dan de producent van frisdrank. ‘Plonschemie’ noemden we dat tijdens mijn studie.
Natuurlijk, het moet, onder de tucht van de markt, het levert toegankelijke bieren op en is duurzaam. Maar voor een vereniging die zich ‘CRAFT’ noemt vormt het ook wel een uitdaging. Als de romantiek rond het brouwen verdwijnt, verdwijnt ook het verhaal. Dan komt de beleving niet meer van de brouwers, maar uit de koker van de marketeers. Dat zou ik jammer vinden. Daarom is het zo mooi dat er op de Dutch Craft Brewers Conference ook brouwers rondlopen, en op het podium staan, die het anders zien. Die omarmen moderne ontwikkelingen en houden desondanks het ambacht in ere. Juist die vele facetten maken de bierwereld mooi.
Geen reactie's