Hop Gulpener Hop

Hop Gulpener Hop

[2006] Hop is een onmisbaar ingrediënt in ieder pils. Het geeft het bier bitterheid, een kruidig aroma en pit. Daarom is het des te verbazender dat er maar één Nederlandse brouwer is die in ons land zijn hop laat telen.

De Gulpener bierbrouwerij doet zijn naam als Limburgse brouwerij eer aan door zoveel mogelijk van zijn grondstoffen uit de eigen provincie af te nemen. Zo komt de hop van een akker op zo’n vijf kilometer van de brouwketels. Afgelopen week was het zover: de hop van het jaar 2006 kon geoogst worden. Op zaterdag werden de relaties van de brouwerij uitgenodigd om naar de hopvelden in Reijmerstok te komen. Midden tussen de hopranken stond daar een feesttent met muziek en natuurlijk veel bier.

Ieder café dat het bier van deze trotse Limburgse brouwer tapt, krijgt een hopplantje op de akker in Reijmerstok. Op deze zaterdag van de oogst konden de kroegbazen kijken of de hop ook dit jaar aan de verwachtingen voldoet. Het is een mooi idee. Als café ben je ‘peetvader’ van de hop die het bier dat je tapt zijn karakter verleent. Het is een ultieme band van verbondenheid tussen boer, brouwer en barman.

De daadwerkelijke oogst van de hop is een dag later. De zaterdag is een dag van het feest, op zondag moet er gewerkt worden. Vanzelfsprekend pas na de mis. Alle medewerkers van de brouwerij kwamen met hun familie naar het veld om de lange ranken af te snijden en de hopbellen te plukken. Na het drogen kan de hop dan gebruikt worden bij het brouwen van bier.

Hop is een bijzondere klimplant die groeit langs strak gespannen draden. Een hoprank kan wel tot zo’n zeven meter hoog worden. Een hopakker herken je dan ook snel aan het ingewikkelde stelsel van palen en draden dat nodig is om de hop te laten klimmen. In tegenstelling tot de meeste planten bestaan er bij hop zowel mannelijke als vrouwelijke planten. De brouwer is alleen geïnteresseerd in de onbevruchte bloemetjes van de vrouwelijke plant. Vandaar dat er in een omtrek tot vijf kilometer rond een hopakker geen mannelijke planten mogen voorkomen. Deze vrouwelijke bloemetjes heten hopbellen en bevatten allerlei etherische oliën en harsen die pils zo lekker maken.

Dat Gulpener in Reijmerstok zijn hop liet planten lag nog niet zo voor de hand. Bureaucraten wierpen allerlei bezwaren op waarom het niet zou kunnen. Hoewel hop van nature in onze streken voorkomt, was de commerciële teelt van deze plant al zo’n honderd jaar uit ons land verdwenen. De bureaucraten beweerden dat het niet toegestaan was om hop te verbouwen omdat er geen regels voor bestonden. Die regels waren niet nodig omdat tot op dat moment niemand hop verbouwde. Op die manier druk je iedere vorm van innovatie de kop in. Er waren zelfs vragen in de Tweede Kamer nodig om de hop terug in Limburg te krijgen.

Gelukkig heeft de Gulpener voet bij stuk gehouden waardoor het nu met recht kan zeggen dat haar bieren Limburgse bieren zijn.

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.