Ode aan de Melkbier

Ode aan de Melkbier

[2006]  Het is zomer, tijd om op een terrasje heerlijk van een witbiertje te genieten. Nergens aan denken, gewoon een koel glas bier. Als je pech hebt zit er zo’n stampertje in dat bij een te gulzige slok in je oog prikt. Eruit halen had natuurlijk gekund, maar je hebt dorst en als er zo’n biertje voor je staat wil je maar één ding: drinken.

Die stamper moet de drinker helpen bij het pletten van het schijfje citroen dat vaak in het schuim rond blijkt te drijven. De citroen maakt het bier wel frisser, maar de oorspronkelijke smaak wordt erdoor overschreeuwd. En, zoals veel brouwers zeggen, “als er citroen in had gemoeten, dan had ik het zelf wel gedaan.” Eén brouwer heeft de daad bij het woord gevoegd: Gulpener bracht Korenwolf 2.5 lemon op de markt. Het werd geen succes. De citroen is een brouwer dus een gruwel, net zoals de uitjes dat zijn voor de haringboer.

Dat we nu op een terras kunnen genieten van een witbiertje is te danken aan de inspiratie van één enkele man. Het is de melkboer van het Vlaamse dorpje Hoegaarden. Van oudsher stond Hoegaarden bekend om zijn frisse tarwebieren naar lokaal recept. Het dorpje kende vele tientallen brouwerijen. In 1957 sloot de brouwer van Tomsin, het laatste bedrijf dat dit biertype nog maakte, definitief de deuren. De vlaggen hingen in heel het dorp halfstok. In de jaren die verstreken stoorde Pieter Celis, de lokale melkboer, zich meer en meer aan het gemis dat de sluiting van Tomsin had veroorzaakt. In 1966 besloot hij naar oud recept het Hoegaards bier nieuw leven in te blazen. Met wijnvaten en melkbussen produceerde hij enkele honderden liters per jaar. Zijn bier bleek een regelrechte hit. In de jaren tachtig groeide de afzet bijna buiten controle totdat in 1985 het noodlot toesloeg. De brouwerij brandde af. Samen met het Belgische brouwerijconcern Interbrew bouwde hij het bedrijf opnieuw op. Interbrew maakte het witbier Hoegaarden nog groter en bekender, ook in de buurlanden Nederland en Frankrijk. Onder invloed van het succes onderging het bier echter wel een subtiele verandering van smaak.

Op zijn vijfenzestigste verliet Celis België om in Texas zijn stunt te herhalen. Hij startte opnieuw een eigen brouwerij waar hij naar orgineel recept witbier brouwde. Het kreeg de naam Celis White mee. En weer werd het bier een succes. Zozeer zelfs dat een Belgische brouwerij dit van oorsprong Belgische Amerikaanse bier weer in Vlaanderen ging brouwen. Het oude bier van Hoegaarden was voor de tweede keer herboren.

Maar evenveel keren bleek er noodlot te schuilen in de successen van Celis. Verkocht hij zijn eerste brouwerij aan InBev, de tweede brouwerij verkocht hij aan brouwgigant Miller. Beide bedrijven besloten de oorspronkelijke brouwerij te sluiten en de bierproductie over te plaatsen. Misschien is dat de prijs van het succes. Want witbier is niet meer uit onze café’s weg te denken, met of zonder citroen.

En de naam witbier? Er zijn mensen die denken dat het komt door de bleke kleur van het bier. Bleek ja, maar zeker niet wit. Met het vak melkboer heeft de naam witbier ook niets van doen. Witbier is een vertaling van het Duitse Weissbier. En dat is op zijn beurt weer een verbastering van Weizenbier of tarwebier. Laat tarwe nou de belangrijkste grondstof van dit bier zijn…
Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.