Gerse gerst

Gerse gerst

[2025] Tijdens de afgelopen Week van het Nederlandse Bier organiseerde NIBEM, het Nederlands instituut voor brouwgerst, mout en bier, haar traditionele ketendag. Het is een bijeenkomst waar de hele keten, van teler, mouter tot brouwer samen komt voor kennisuitwisseling en netwerken. Normaal vindt deze dag plaats tussen de gerstearen op een proefboerderij waar veldonderzoek wordt gedaan naar nieuwe brouwgerstrassen. Dit keer is de locatie bij de andere kant van de keten: het Nederlands Bierproeffestival.

Opvallend is de aandacht voor lokale gerstteelt voor kleine brouwerijen. Dat is een uitdaging, vooral omdat de moutcapaciteit niet is ingericht op de kleine hoeveelheden waar lokale ketens om vragen. Micromouterijen bestaan er nog nauwelijks. Hans Noorman van CRAFT breekt een lans voor meer lokale samenwerking en korte ketens, waarbij ook oude brouwgerstrassen een tweede leven kunnen krijgen.

Een mooi praktijkvoorbeeld is het Rotterdamse project met de heerlijk toepasselijke naam: ‘gerse gerst’. ‘Gers’ is typisch Rotterdams voor ‘gaaf’, ‘cool’, ‘vet’, ‘ziek’ of hoe je het ook wilt noemen. Gers dus. De Rotterdamse brouwerij Kaapse Brouwers wilde overstappen op duurzame mout van gerst uit de regio. Ze besluiten telers in de Hoekse Waard te benaderen om samen te werken. Corné Lugtenburg van boerderij Hof van Heden is direct enthousiast en zaait onmiddellijk een paar hectare in, vooral ook omdat het regeneratieve akkerbouw in het denken van de brouwers centraal staat. Het begin en het einde van de keten is zo gezekerd. Geen vuiltje aan de lucht, zou je denken.

Maar de initiatiefnemers ontdekken al snel dat er nog een groot gat in het midden zit. Brouwgerst is nog geen bier. In juli meldt Corné dat het gerst binnenkort van het land komt. Hij vraagt zich af waar het na de oogst opgeslagen kan worden. Brouwgerst heeft een rustperiode nodig voordat je het verder kunt verwerken. Daar is in al het enthousiasme niet over nagedacht. Ook wil hij graag betaald worden voor zijn werk. Maar de zakken van de brouwer zijn zo goed als leeg. Bovendien, 65 ton brouwgerst is een ambitieuze hoeveelheid voor een kleine brouwerij. Daar kun je wel een jaar mee voort. Dat kunnen de brouwers niet voorfinancieren. Het fonds ‘Rotterdam de Boer Op’ van Natuurmonumenten brengt uitkomst. Zij financieren de oogst voor.

Het volgende probleem is hoe je 65 ton brouwgerst geschikt maakt voor het brouwen van bier. Tsjomme Zeilstra zoekt contact met Sven van Rooijen van mouterij De Swaen. Die wil wel, maar dan moet hij de specificaties van de brouwgerst weten. Tsjomme krijgt een serie vragen op zich afgevuurd waar hij nog nooit bij stil gestaan heeft. Wat is het vochtgehalte, eiwit, korrelgrootte en kiemkracht? Weet ik veel, is zijn ontwapenende antwoord. Ook de hoeveelheid gerst blijkt een uitdaging. Er was 65 ton gerse gerst beschikbaar, terwijl de minimumcapaciteit bij De Swaen 130 ton is. Volgens het Rotterdamse adagium ‘niet lullen maar poetsen’ vinden de intitiatiefnemers een oplossing en sinds dit jaar wordt het bier van Kaapse Brouwers met gerse gerst gebrouwen, hoewel de brouwerij daarmee niet te koop loopt. Dat is jammer, want het Gerse Gerst is een project dat aandacht verdiend, een mooi voorbeeld van hoe bijna naïef enthousiasme, aandacht voor duurzaamheid en korte ketens bieren oplevert die echt lokaal zijn.

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.