Lodewijk Swinkels

Lodewijk Swinkels

[2026] Gisteren, tijdens het jureren van de Dutch Beer Challenge, werd bekend dat brouwer Lodewijk Swinkels deze week onverwacht is overleden. Bescheiden en vaak op de achtergrond heeft Lodewijk in de afgelopen decennia een grote rol gespeeld in de Nederlandse bierwereld. Aan de geschokte en soms emotionele reacties van de juryleden is te merken hoe groot die rol is geweest.

Zoals zijn naam al verraadt, is Lodewijk een telg uit het bekende Lieshoutse brouwersgeslacht Swinkels. Samen met zijn (achter)neven en -nichten maakt hij deel uit van de zevende generatie brouwers. In het geval van Lodewijk moet je dat woord ‘brouwer’ letterlijk nemen, want hij volgt zijn opleiding aan de beroemde brouwopleiding in Weihenstephan.

Als eigenwijs en bijzonder creatief brouwer gaat hij aan de slag bij het Utrechtse Stadskasteel Oudaen, dat geen deel uitmaakt van het familiebedrijf. Oudaen is één van de eerste onafhankelijke brouwerijen in Nederland. Begin jaren negentig van de vorige eeuw brouwt hij er al Ouwe Daan, een troebel witbier. Het is in een tijd dat in Nederland nog hoofdzakelijk pils wordt gedronken. Sterker nog, een bier met levende gist is in Nederland nog zo onbekend dat de Voedsel- en warenautoriteit de brouwerij stillegt en de biervoorraad verzegelt omdat het bier teveel micro-organismen bevat. Het kost weken om de ambtenaren ervan te overtuigen dat levende gist een intrinsiek onderdeel is van een tarwebier in de Duitse stijl. Het beslag duurt zo lang dat de brouwerij en het café-restaurant bijna een faillissement aan moeten vragen. Net op tijd ziet de Autoriteit het licht en mag het bier weer getapt worden.

Maar zijn grootste bijdrage aan de Nederlandse biercultuur doet Lodewijk wanneer hij brouwer en kwaliteitsverantwoordelijke is bij trappistenbrouwerij De Koningshoeven.  Lodewijk staat aan de wieg van het vatgerijptprogramma van La Trappe. In 2010 komt de eerste batch La Trappe Quadrupel oak aged op de markt, gerijpt op portvaten. Het rijpen van bier op houten vaten is revolutionair voor Nederland. Lodewijk loopt weer voorop.

Tien jaar geleden, bij het vijfentwintigjarige jubileum van La Trappe Quadrupel, geeft Lodewijk een interview aan het magazine Bier! Hij vertelt dat hij geïnspireerd werd door de houtgerijpte bieren die hij in de VS was tegengekomen. Maar in tegenstelling tot de Bourbonvaten die daar populair zijn, kiest Lodewijk eerst voor portvaten. En het bier moet altijd ook deels gerijpt zijn in nieuwe eiken vaten, “omdat je er ook een mooie houtsmaak in wilt hebben”, aldus Lodewijk in het interview. Met de oak aged serie van La Trappe kan hij naar hartenlust experimenteren. Zijn favoriet zijn witte wijnvaten. “Ik word helemaal gelukkig van onze Quadrupel op een Sancerrevat”, verklapt hij. “Dat geeft een geweldig subtiele, fruitige smaak met mooie zuren”. Al tijdens het gesprek geeft hij aan op niet al te lange termijn voor zichzelf te willen beginnen, op reis te gaan en brouwers te helpen. Dat laatste doet hij in stilte en op de achtergrond. Hij helpt brouwers op het gebied van kwaliteitsbeheersing en vanzelfsprekend ook houtrijping. Uiteindelijk trekt hij zich terug in Canada, waar hij nog enige jaren brouwt bij Brunswick Bierworks, waar ook zijn studiegenoot Christian Riemerschmid von der Heide werkzaam is. Het eerste bier is Ora et Labora, een ‘New World Double Bock’. Het is een vroege voorloper van de collabs die La Trappe later aan zal gaan.

Geen reactie's

Geef een reactie